De grote belastinghervorming waar al jaren over wordt gesproken in de politiek, staat ook dit jaar niet in de aangifte. Maar dat betekent niet dat er niets veranderd is. Een reeks stille aanpassingen — vaak weggemoffeld onder de noemer ‘vereenvoudiging’ — kan op het einde van de rit het verschil maken tussen een teruggave en een bijbetaling. Hieronder overlopen we een aantal topics die u dit jaar in het oog moet houden.
Heb je een tweede woning of opbrengsteigendom?
Dan is dit het belangrijkste nieuws van het jaar. De fiscus schrapt de twee voornaamste aftrekken op leningen voor een niet-eigen woning — en dat zonder overgangsmaatregelen, ook niet voor wie al een lopend contract heeft. Leningen die vorig aanslagjaar nog volledig aftrekbaar waren, vallen vanaf nu integraal onder de nieuwe regels.
Concreet betekent dit dat je de betaalde intresten niet langer kunt aftrekken van je onroerende inkomsten. Tot vorig aanslagjaar gebeurde dat bovendien aan het marginale tarief, doorgaans 40 of 50 procent. Voor wie zijn of haar vastgoedportefeuille gedeeltelijk met geleend geld heeft opgebouwd, kan dit al snel oplopen tot een verschil van enkele duizenden euro per jaar.
Er blijft één opening, maar enkel voor leningen afgesloten vóór 2024: de kapitaalaflossingen en de premies van een gekoppelde schuldsaldoverzekering geven nog steeds recht op de belastingvermindering voor langetermijnsparen, aan een tarief van 30 procent binnen het fiscale grensbedrag. De federale woonbonus en het bouwsparen zijn intussen volledig verdwenen. Voor koppels die meerdere stelsels combineerden, kan dat verlies oplopen tot zo’n duizend euro per jaar.
Werk je met dienstencheques of heb je een rechtsbijstandsverzekering?
Dit jaar verdwijnen er tegelijk twee fiscale voordelen. De Vlaamse belastingvermindering voor dienstencheques — vorig jaar nog goed voor twintig procent korting op een aankoopbedrag van maximaal 1.790 euro — is volledig afgeschaft. Het volledige voordeel, tot 358 euro per jaar, verdwijnt vanaf aanslagjaar 2026.
Daarnaast schrapt de federale wetgever ook het belastingvoordeel voor de rechtsbijstandsverzekering. Premies betaald vanaf 1 juli 2025 leveren geen vermindering meer op. Voordien recupereerde je veertig procent van de premie, geplafonneerd op 320 euro — goed voor een voordeel van maximaal 128 euro per jaar.
Samen kan dit een gezin dat regelmatig huishoudhulp inschakelt al snel enkele honderden euro’s per jaar kosten — voor exact dezelfde diensten en polissen als voorheen.
Heb je studerende of net afgestudeerde kinderen?
Voor deze groep bevat de aangifte van 2026 wel goed nieuws. De voorbije jaren verloren steeds meer ouders het recht om hun kind fiscaal ten laste te nemen, simpelweg omdat het kind tijdens de zomervakantie of de blokperiode te veel had bijverdiend. De grens van de nettobestaansmiddelen sloot al lang niet meer aan bij de realiteit van het studentenleven.
De wetgever heeft die scheefgroei nu rechtgezet. De grens wordt opgetrokken naar 12.000 euro, en voortaan geldt hetzelfde plafond voor gehuwden, wettelijk samenwonenden en alleenstaanden. Bovendien wordt het deel van het studentenloon dat sowieso buiten beschouwing blijft, verdubbeld tot 6.840 euro.
Het verschil is het duidelijkst bij pas afgestudeerden. Wie in september zijn of haar diploma haalt en meteen begint te werken, viel onder de oude grenzen vrijwel altijd naast het ten-lasteregime. Met de nieuwe drempels is dat voor de meeste gevallen verleden tijd.
Hoeveel kan dit jou kosten of opleveren?
De aangifte van aanslagjaar 2026 oogt op het eerste gezicht weinig spectaculair, maar voor wie in één van de drie hierboven beschreven situaties zit, kan het verschil tegenover vorig jaar snel oplopen. Een concrete berekening maken vóór je de aangifte invult, is dan ook allesbehalve een overbodige luxe. Heb je vragen over jouw persoonlijke situatie? Ons team bekijkt je dossier graag samen met jou.
Onze missie op het gebied van vennootschapsrecht is om onze klanten gedurende hun hele ondernemersreis te begeleiden en hen juridische ondersteuning te bieden die is afgestemd op hun specifieke behoeften.