Insolventie: zullen bestuurders binnen drie maanden moeten handelen?
Economie

Insolventie: zullen bestuurders binnen drie maanden moeten handelen?

Een nieuwe Europese richtlijn zou de verplichtingen van bestuurders kunnen aanscherpen wanneer een onderneming insolvent wordt. Richtlijn (EU) 2026/799 van 30 maart 2026, ook wel “Insolvency III” genoemd, heeft onder meer tot doel de invordering van schuldvorderingen te verbeteren en te voorkomen dat een verslechtering van de financiële situatie de mogelijkheden voor schuldeisers om hun vorderingen terug te krijgen verder beperkt.

Een verplichting om binnen drie maanden te handelen

De richtlijn bepaalt dat de lidstaten bestuurders van een onderneming die insolvent is geworden, zullen moeten verplichten om binnen een termijn van maximaal drie maanden een insolventieprocedure aan te vragen. Deze termijn begint te lopen vanaf het moment waarop zij weten, of redelijkerwijs geacht kunnen worden te weten, dat de onderneming insolvent is.

Het begrip bestuurder moet ruim worden geïnterpreteerd. Het gaat om personen die de essentiële beslissingen over het beheer van de onderneming nemen of zouden moeten nemen.

De lidstaten kunnen deze verplichting wel nader regelen. Zo kan bijvoorbeeld worden voorzien in een opschorting wanneer bestuurders maatregelen nemen die de schuldeisers in een mate beschermen die gelijkwaardig is aan de bescherming die zou voortvloeien uit de opening van een insolventieprocedure.

En in België?

Het Belgische recht voorziet vandaag al in een relatief strikte verplichting om te reageren. Artikel XX.102 van het Wetboek van Economisch Recht verplicht de schuldenaar momenteel om binnen één maand na de staking van betaling aangifte van faillissement te doen, wanneer aan de voorwaarden voor een faillissement is voldaan. Deze verplichting wordt onder meer opgeschort wanneer een procedure van gerechtelijke reorganisatie wordt ingeleid en tijdens de opschorting.

De Europese richtlijn betekent dus niet automatisch dat de Belgische termijn zal worden verlengd tot drie maanden. België moet de nieuwe regels nog omzetten in nationale wetgeving en bepalen hoe deze zich zullen verhouden tot het bestaande recht. De omzetting moet uiterlijk op 22 januari 2029 plaatsvinden.

Een strengere persoonlijke aansprakelijkheid

De belangrijkste vernieuwing heeft ook betrekking op de aansprakelijkheid van bestuurders.

Wanneer een vertraging bij het openen van de insolventieprocedure leidt tot een vermindering van de waarde die schuldeisers kunnen recupereren, kunnen bestuurders overeenkomstig het nationale recht aansprakelijk worden gesteld voor de daaruit voortvloeiende schade.

Bestuurders kunnen echter aan deze aansprakelijkheid ontsnappen wanneer zij kunnen aantonen dat de genomen maatregelen objectief gezien geschikt waren om voor de schuldeisers een resultaat te garanderen dat minstens gelijkwaardig was.