Sinds 1 januari 2026 kent België voor het eerst een algemene meerwaardebelasting op financiële activa. De nieuwe regeling van de regering-De Wever — in de wandelgangen ook “solidariteitsbijdrage” genoemd — raakt zowat iedereen die belegt in aandelen, obligaties, ETF’s, crypto of beleggingsverzekeringen. Wij zetten op een rij wat er verandert, wie wat betaalt en hoe je je administratie best aanpakt.
De taks viseert in de eerste plaats natuurlijke personen die in België aan de personenbelasting onderworpen zijn, plus bepaalde rechtspersonen onder de rechtspersonenbelasting (denk aan stichtingen en een aantal vzw’s). Vennootschappen die vennootschapsbelasting betalen en niet-inwoners blijven buiten schot.
Zowel volle eigenaars als blote eigenaars worden als belastingplichtige aangemerkt. In een constructie met gesplitste eigendom — vruchtgebruik aan de ouder, blote eigendom aan het kind — is het in principe de blote eigenaar die de meerwaarde aangeeft.
Het uitgangspunt van de wetgever is dat je niet retroactief belast wordt. Voor activa die je vóór 1 januari 2026 bezat, geldt de marktwaarde op 31 december 2025 als referentiewaarde (het zogenaamde “fotomoment”).
Voor niet-beursgenoteerde aandelen krijg je tijd tot eind 2027 om een formele waardering te laten opmaken. Wie dat nalaat, riskeert een lagere referentiewaarde en dus een hogere belastbare basis.
Het basistarief van 10 % geldt voor meerwaarden op financiële activa in de ruime zin: aandelen, obligaties, deelbewijzen van beleggingsfondsen en ETF’s, cryptovaluta, beleggingsgoud, derivaten en de spaar- en beleggingsverzekeringen tak 21 en tak 23.
Elke belastingplichtige krijgt een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro (geïndexeerd). Gebruik je die niet volledig, dan kan je tot 1.000 euro per jaar doorschuiven, met een plafond van 15.000 euro na vijf jaar.
Voorbeeld — Je verkoopt ETF’s met 12.000 euro meerwaarde. De eerste 10.000 euro is vrijgesteld; op de resterende 2.000 euro betaal je 10 %, oftewel 200 euro.
Wie aandelen verkoopt aan een vennootschap die hij of zij zelf controleert — al dan niet samen met de echtgenoot, kinderen, ouders, broers of zussen — valt onder het strenge regime van 33 %, zonder enige vrijstelling.
Voorbeeld — Je verkoopt de aandelen van je bv aan een holding die je samen met je partner controleert. De volledige meerwaarde wordt aan 33 % belast.
Verkopen ouders aandelen aan een holding van hun kinderen waarin ze zelf geen controle meer hebben, dan valt de transactie buiten dit regime — afhankelijk van het belang valt ze terug op het standaard- of het aanmerkelijk-belangregime.
Heb je persoonlijk minstens 20 % van de aandelen van een vennootschap, dan val je onder een gunstiger regime — bedoeld om ondernemers niet onevenredig te treffen bij de verkoop van hun bedrijf.
Realiseer je in hetzelfde belastingjaar zowel winsten als verliezen, dan mag je die met elkaar compenseren.
Voorbeeld — Je boekt 10.000 euro winst op de verkoop van aandeel A en 15.000 euro verlies op aandeel B. Netto kom je uit op een verlies van 5.000 euro, dus betaal je geen meerwaardebelasting.
Belangrijk: verliezen overdragen naar volgende jaren is niet toegestaan. Voor wie meerdere beleggingsverzekeringen heeft bij verschillende instellingen, loont het de moeite om je transacties centraal bij te houden — anders dreigt er rendement verloren te gaan in de administratie.
Er bestaan twee inningsmodellen:
| Systeem | Hoe werkt het? |
| Bronheffing (opt-in, standaard) | Je financiële instelling houdt de 10 % meteen in en stort ze door aan de fiscus. Je ontvangt het nettobedrag. Blijf je onder de vrijstelling van 10.000 euro, dan recupereer je het te veel betaalde via je belastingaangifte. |
| Opt-out | Er wordt niets ingehouden. Je krijgt een fiscale fiche en regelt de afrekening zelf via je aangifte. De instelling rapporteert wel aan de fiscus. |
De meerwaardebelasting maakt België een gewoner land op fiscaal vlak: ook hier wordt vermogenswinst nu belast. Voor wie binnen de jaarlijkse vrijstelling blijft, verandert er in de praktijk weinig. Voor wie grotere transacties plant of een vennootschap controleert, kan goede voorbereiding — en vooral een correcte waardering vóór eind 2027 — duizenden euro’s schelen.